Hoe meten we de uitkomsten van individuele perceptie? En hoe verklaren we dat vanuit krachtig vermogen simpele representaties ook wel moeilijk zichtbaar lijken? In dit artikel benader ik deze vragen vanuit filosofisch perspectief via een mathematische route.
Perceptie gaat in eerste instantie over waarnemen, vanuit vermogen via zintuigen. Een zo zuiver mogelijke vorm ervan houdt, dat wat de waarnemer waarneemt, in z’n werkelijke hoedanigheid en context. Daarom is het nodig om te onderscheiden wat, in dat wat waargenomen wordt, door de waarnemer is ingelegd en wat niet. Het gaat immers over in je “(op)nemen” van wat “waar” is. Als we het accent van het product verschuiven van object naar subject, dan ontvouwt zich eerder de vraag, wat het subject (waarnemer) heeft waargenomen. Hierbij wordt een impliciete nadruk gelegd op de individuele tools zoals: associatie, selectie, ordening, vorming, opslaan, e.d.. Hiermee is de waarnemer gedeeltelijk onderdeel geworden van de uitkomst; waarnemen is verworden tot perceptie.
“Stel je een ‘blanco’ open veld voor zo ruim als jouw beleven toelaat. En ga eens na uit welke bestanddelen jouw perceptie bestaat en hoe de uitkomsten ervan, vanuit doorleefd dagelijks leven, dit veld vullen.”
Het veld zal zich waarschijnlijk niet slechts vullen met beelden. Onlosmakelijk kleven er geluiden, geuren, smaken, gevoelens en mogelijk dieper liggende gewaarwordingen aan. De gelaagdheid ervan ontvouwt invloeden van bijvoorbeeld tijd, ruimte en dimensies. En naast accelererende bestanddelen zullen er ook elementen van weerstand zijn die de structuur van, gevoel over of verbeelding van dat, wat het veld vult, beïnvloedt. Gedurende het vullen van het veld, wordt invoelbaar vanuit welke gedetailleerde structuren dit gevuld wordt. Het geheel vormt uiteindelijk een lens waardoor we externe omgevingen beschouwen; door het lichaam gestuurde vulling, individueel. Het besef van individualiteit schetst het perspectief tot perceptie van wat werkelijk is. Hoe ver dringt het door?
“Laten we het vermogensbestanddeel beschouwen als de verzameling van fundamentele bronnen (emotie, cognitie en resonantie) die zich verzamelen tot al het vermogen waar vanuit een individu zich initieel gedraagt.
Rekening houdend met de weerstand waar het aan onderhevig is, rest een vermogensintensiteit.”
(Vecr/ W) = VI
Vermogensintensiteit (VI) representeert het verzamelde ‘kale’ vermogen dat bij het doel aankomt. Zoals elektriciteit onderweg aan capaciteit inboet terwijl gerekend wordt met het vermogen dat aankomt voor verbruik. Anders dan bij een statische drager, is het lichaam een organische variant, waarlangs dynamieken inwerken. Bij perceptie kunnen er bijvoorbeeld verandering van vormen volgen (transformatie), is het bepalend hoe goed het lichaam nieuwe informatie zich eigen kan maken (adaptatie) en hoe behendig het informatie kan creëren; dat, rekening houdend met de verlies factor, resulteert in interactie synchronisatie.
(TQ * AQ * CQ / VF ) = IS
Interactie synchronisatie vertelt ons in welke mate we een natuurlijke dynamiek leven in onze omgeving en ook als een omgeving. Intern en extern vloeien in elkaar over waarmee, in dit opzicht, individu en omgeving als een geheel beschouwd worden; als lichaam zo gezegd.
“Laten we de term ‘lichaam’ wat uitdiepen in deze context. Een lichaam kent bouwstenen waarlangs het zich gedraagt. Daartoe verhouden de onderdelen zich tot elkaar op een manier die bewegen en onderhoud van het lichaam mogelijk maken. Dit is geen statisch proces waarbij de exacte functies van de onderdelen verklaren wat de bijdrage is maar een dynamisch proces waarbij bijvoorbeeld ook bijstellen en groei gevraagd worden. Denk bijvoorbeeld aan het fijner ontwikkelen van tastzin, reuk en smaak als het zicht sterk verminderd is. Naarmate we de term ‘lichaam’ meer in figuurlijke zin duiden, is er een grotere vrijheid in het toepassen van deze aanvullende dynamiek op de initiële functies. Waardoor we bijvoorbeeld een groep als zodanig kunnen beschouwen. Waar het ene groepslid leidend optreedt, is een ander lid juist de verbinder zodat de groep al functionerend op weg is naar haar doelen. Hier zou ook de term ‘systeem’ gebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld: sociaal systeem). Essentie is, dat de delen van het lichaam in vrije interactie zijn. De dosering van het aandeel stemt zich integraal af op het bewegen van het hele lichaam; vanuit dit bewegen bestaat er een gesynchroniseerde afstemming gedurende de interactie.”
Perceptie zal een andere opbouw hebben bij een hoge interactie synchronisatie; van binnenuit doordat we integraal onderdeel zijn.
“Als je intern onderzoekt wat het verschil is tussen een lage en een hoge interactie synchronisatie, hoe zou je het verschil van invloed op jouw perceptie duiden?”
(O * D * T) = DA
Als het individuele ‘zijn’, en de zijnsbeleving in het kielzog, door de structuren van integraliteit stromen, blijkt een mate van overzicht, diepte en doorleven van tijd.
“Beleef jezelf eens als een arend, hoog in de lucht. En stel jezelf de vraag hoe groot jouw overzicht is en hoeveel hiervan van nature meekomt in jouw perceptie. Misschien past een positie buiten de dampkring beter. Voelt het overzicht nog tastbaar? Hoeveel diepte kan je daarin aanbrengen? Tot welk kleinste niveau, zie je als vanzelf? Zoom maar eens met aandacht in en uit en ervaar wat dit met je doet. Hoe zou je de verschillen duiden in relatie tot perceptie? Laten we ’tijd’ toevoegen aan deze dynamiek. Leef je bijvoorbeeld met meerdere tijd frames in eenzelfde moment? Hoe voelt de structuur van tijd? Brengt dit extra lagen aan in jouw perceptie?”
Zoals we taal articuleren, vindt dit intern ook plaats met dimensies (Dimensie Articulator). Hierin kunnen de individuele verschillen groot zijn. Die soms lastig uit te leggen zijn. Want wat zich niet binnen je gezichtsveld bevindt, is minder tastbaar. Door te realiseren hoe de individuele Dimensie Articulator is opgebouwd en werkt, kunnen we het talig maken voor een open uitwisseling.
CA
Tijdens het ordenen van waarnemingen is het leggen van verbanden behulpzaam. Mits geijkt aan de vrije interactie waardoor verbanden in dynamiek blijven ‘spreken’ en niet verstarren. Gesterkt vanuit vermogen door integrale interactie en multidimensionaal articuleren, wordt de inhoudelijke kracht van perceptie geaccelereerd door concept vorming. De eruptie van waarden bij het verrijken van perceptie vindt z’n oorsprong in het karakter van
“Als je alle onderdelen in een formule zet, voel je dan de dynamiek waarin perceptie zich manifesteert?”
Het langs alle onderdelen opgebouwde veld, valt te duiden als “veld van perceptie”. De gehele dynamiek is altijd elk moment aanwezig.
Samengevat:
(Vecr/ W) + (TQ * AQ * CQ / VF ) + (O * D * T) * CA = VP
- Vermogen emotie cognitie resonantie / Weerstand
- Transformatie Quotiënt * Adaptatie Quotiënt * Creatie Quotiënt / Verliesfactor
- Overzicht * Diepte * Tijd
- Concept Accelerator
- Veld van perceptie